Jarenlang werkten wij in de schooltuinen op de traditionele manier: elk jaar in de herfst ruimden we alle moestuinbedden af. We verzamelden al het onkruid op één grote hoop. Die hoop werd aan het eind van het jaar afgevoerd. Daarna bewerkten we de grond door te ploegen of te frezen. Hierdoor werd de bodem hard en minder vruchtbaar. Water liep slecht weg. De grond was kaal en moeilijk om in te werken. In de winter lagen de tuinen er leeg en levenloos bij. En elk jaar was het in het voorjaar veel werk om de moestuinbedden weer aan te leggen.
Kan het ook anders?
Dat vroegen wij ons af. We gingen op zoek naar een betere manier. We lazen over de No Dig methode en over Natuurlijk Moestuinieren. In 2020 brachten we voor het eerst compost naar schooltuin Westpark. We maakten vaste moestuinbedden en legden daar een dikke laag compost op van 10 tot 15 centimeter. Dat was goed voor de bodem. Daarna gingen we ook op onze andere schooltuinen zo werken.
Begin bij de bodem
Compost zorgt voor leven in de bodem. Kleine dieren in de grond maken de aarde los. Ook groeien er schimmels onder de grond. Die zijn belangrijk voor een gezonde bodem. Planten en bodemleven werken samen . Ze geven elkaar voedingsstoffen en helpen elkaar groeien (symbiose).
De structuur van onze bodem is verbeterd
De grond is nu los en rijk. Je kunt dat goed zien en voelen. Te veel water wordt nu beter opgenomen door de bodem. Elk najaar leggen we een dikke laag compost op de moestuinbedden. Deze laag beschermt de grond. De voedingsstoffen uit compost komen langzaam vrij. Dat is anders dan bij kunstmest. Door de gezonde bodem krijgen onze leerlingen een goede oogst.
Op onze schooltuinen groeit en bloeit het hele jaar door
Langs de randen van de moestuinbedden staan veel vaste planten. Denk aan fruitbomen en struiken, aardbeien, kruiden en rabarber. Deze planten komen elk jaar terug. In het najaar leggen we bladeren op de paadjes. Daardoor groeit er minder onkruid. In het voorjaar strooien we lavameel. Ook bedekken we de grond met bladeren van de Russische smeerwortel. Zo blijft de bodem rijk aan mineralen en voedingsstoffen. Omdat we de bodem met rust laten, kunnen we ook wintergroenten telen, zoals spruiten en boerenkool. Onze schooltuinen dragen bij aan meer biodiversiteit in de stad. Boven én onder de grond is er veel leven.
Ons werk is nu lichter en leuker
Veel van ons tuingereedschap hebben we niet meer nodig. Onkruid weghalen gaat nu een stuk makkelijker. We hebben minder werk en het werk is beter verdeeld over het jaar. Deze manier van werken past ook bij onze wens om duurzaam te zijn. Plantenresten voeren we niet meer af, maar laten we liggen op de plek waar we hebben geoogst. Dat is goed voor het bodemleven en helpt bij een goede oogst voor de leerlingen. Met onze manier van werken zorgen wij voor meer biodiversiteit en passen wij ons aan aan klimaatverandering. Zo sluiten wij aan op de belangrijke waarden van de Beheerstrategie openbare ruimte van de gemeente Groningen (Sturen op Waarden IN Groningen, SWING).
Geïnspireerd?
Wil je meer weten over onze werkwijze? Stuur ons dan een e-mail.